Blog Yvonne van der Wal: Voor ouders met een vmbo-fobie

Voor ouders met een vmbo-fobie: ‘Het beste’ is een niveau dat past

Deze week beginnen basisscholen met het afnemen van de Cito-toets. Waar ouders met een ‘vmbo-fobie’ slechts genoegen nemen met een hoge VWO-score, denkt Yvonne van der Wal hier toch anders over: “Het beste’ is volgens mij een niveau dat bij het kind past.”

Want ach jeetje, het zal je als ouder maar gebeuren dat jouw Emma of Liam op een vmbo-school terechtkomt. Heb je voor noppes je dochter op buitenschoolse huiswerkclubjes gestald. Heeft jouw zoon voor niets elk weekend taal- en rekenbijlessen gevolgd. Want met het vmbo kom je niet verder dan wc’s schoonmaken en papiertjes prikken in het plantsoen, zo is althans de heersende gedachte.

En laagopgeleiden eten ook nog eens ongezonder, zitten langer op internet, leven zes tot zeven jaar korter, zijn intoleranter dan hoogopgeleiden… En dus steek je daar een stokje voor; je stapt op hoge poten naar de leerkracht en eist dat ze haar advies bijstelt. ‘Mijn zoon is veel slimmer dan u denkt!’

Jammer

Met alle respect – we willen natuurlijk allemaal het beste voor ons kind – maar ik vind het jammer. Ik vind het jammer dat er ouders zijn die hun eigenwaarde ontlenen aan het schoolniveau van hun kind. Dat hun zoon goed moet maken wat henzelf niet gelukt is, of juist moet voortzetten.

Ik betreur het dat er ouders zijn die het oordeel van de buitenwereld zwaarder laten wegen dan het welzijn van hun kroost.

Domme uitspraken

Alsof laagopgeleiden per definitie ‘niveauloos’ zijn en hoogopgeleiden alleen maar beschaafd en briljant. Ik ken talloze voorbeelden van zogenaamd slimme mensen met hoge functies die domme uitspraken doen en slecht functioneren.

Denk alleen al aan Den Haag. En heeft de burgemeester van Keulen dat niet ook al bewezen? Dat deze opvatting in de regel ook nog eens uit gymnasiumhoofden komt rollen, maakt het alleen maar extra stupide.

Mag ik ook trots zijn?

De schoolresultaten van mijn dochter zaten grotendeels op havo-niveau. Maar haar aanzienlijke rekenachterstand trok de boel naar beneden (En nog bedankt hè, meneer Dekker!). Dus doet ze nu vmbo-k. En iedereen mag het weten.

Onlangs haalde ze toch maar mooi een 8.2 voor haar wiskundetoets, en eerder al een 9.6 (ik haalde zelf nog niet eens een 6,9). Volgens haar leerkracht was dit het hoogste cijfer van alle tweedejaars leerlingen. En het zou ook nog eens gaan om een toets die door velen moeilijk werd bevonden.

Reuzetrots

Mag ik ook even reuzetrots zijn? Het gênant vinden dat je kind vmbo doet – dát is pas iets om je voor te schamen. ‘Het beste’ is volgens mij een niveau dat bij het kind past. Zoals een jas ook niet te groot of te klein moet zijn.

Een kind dat meer kan dan het aangeboden krijgt is uiteraard heel zonde, maar een kind dat op zijn tenen moet lopen evengoed. Een te grote jas zit niet lekker en schuift alle kanten op, een te kleine jas knelt.

Horror

Ja, afstromen kan altijd nog. Maar is dat motiverend? Is het enthousiasmerend voor Emma wanneer ze het gevoel heeft dat ze gefaald heeft? Doorstromen kan eveneens altijd nog; de weg ernaartoe duurt enkel wat langer. Is dat nou echt zo horror? Niet als je bedenkt dat 65% van de beroepsbevolking uit vakmensen bestaat die eerst het vmbo hebben gevolgd.

En weet je wat? Laagopgeleiden genieten ook meer van hun werk dan hoogopgeleiden. En dat is wat ik iedere liefhebbende ouder gun: kinderen die gelukkig zijn met wat ze doen. Ook als dat betekent dat ze later toiletten schrobben om hun huurhuis te bekostigen, of vrolijk papiertjes prikken in het gemeenteplantsoen.

Link naar artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *