17/01/2016

Onderzoeksinstrumenten

De afname van een totaalpakket aan onderzoeken wordt informatie verworven over de capaciteiten, aanwezigheid van bestaande leerachterstanden en sociaal emotionele factoren van individuele leerling. Alle onderzoeksinstrumenten worden afgenomen door psychologen, (ortho)pedagogen of gekwalificeerde testassistenten. De testen kunnen als pakket afgenomen worden, maar natuurlijk ook los van elkaar.

De meest gebruikte onderzoeksinstrumenten zijn:

  • Nederlandse Intelligentietest Onderwijsniveau (NIO)
  • Junior Nederlandse Persoonlijkheidsvragenlijst Jeugd 2 (NPV-J2)
  • Prestatie Motivatie Test Kinderen (PMT-K)

Daarnaast biedt VO-schooladvies ook de volgende onderzoeksinstrumenten aan:

  • Groninger Intelligentietest voor Voortgezet Onderwijs (GIVO)
  • Schoolvragenlijst (SVL)

 

Nederlandse Intelligentietest Onderwijsniveau (NIO)

De NIO is een intelligentietest voor onderwijsniveau. Dat wil zeggen dat de NIO op basis van de geteste intelligentie, potentie van de leerling een advies geeft over het juiste niveau van voortgezet onderwijs. Van praktijkonderwijs tot en met VWO.

Drie redenen om het schooladvies met de NIO te onderbouwen:

1. Schoolvorderingen en intelligentie voor een totaalbeeld

De eindtoets en de volgsysteemtoetsen die de leerling in de groepen 3 t/m 8 maakt, zijn schoolvorderingentoetsen; de NIO is een intelligentietest. De eindtoets en de volgsysteemtoetsen meten wat een leerling in 8 jaar onderwijs op school heeft geleerd: de feitelijke schoolprestaties van de leerling. De NIO meet echter wat een leerling ‘in huis heeft’, wat zijn of haar capaciteiten zijn. De NIO geeft dus een advies op basis van de mogelijke schoolprestaties van de leerling. Twee verschillende invalshoeken die elkaar aanvullen en samen een beter, realistischer en bredere kijk op de mogelijkheden van de leerling geven. Meet dus de schoolvorderingen én de intelligentie voor een totaalbeeld van de leerling.

2. Neem de NIO af wanneer u dat wilt

De afname van de NIO is niet gebonden aan een vast moment in het schooljaar, maar kan op elk moment betrouwbaar worden afgenomen. De basisschool kan het NIO-advies dus meenemen bij het schooladvies. Of dat nu voor of na de kerstvakantie of op een heel ander tijdstip wordt gegeven. Een groot voordeel!

3. De NIO voorspelt beter en geeft meer zekerheid

Met de nieuwe eindtoets is natuurlijk nog geen onderzoek naar de voorspellende waarde gedaan, maar met de voorganger, de Cito-eindtoets, wel. Daaruit blijkt het volgende. Op korte termijn (over 1 à 2 jaar) voorspellen NIO en Cito-eindtoets ongeveer even goed. Een leerling die op basis van een NIO of een Cito-eindtoets bijvoorbeeld een HAVO-advies heeft gekregen, zit gemiddeld in de eerste en tweede klas van de middelbare school nog steeds op HAVO-niveau. Maar op langere termijn zie je een verschil: daar voorspelt de NIO beter dan de Cito-eindtoets. De meeste leerlingen die een schooladvies op basis van de NIO hebben gehad zitten in klas 4, 5 of 6 van de middelbare school zitten nog steeds op het geadviseerde niveau. Een leerling die op basis van de Cito-eindtoets HAVO-advies heeft gekregen heeft daarentegen een grote kans om na jaar 3 of 4 af te moeten stromen naar VMBO-TL-niveau, omdat hij te hoog is geadviseerd.

Neemt de school een NIO-uitslag mee in het advies, dan geeft dat dus meer zekerheid over de juistheid van het advies.

Een totaalbeeld van de leerling voor duurzaam schoolsucces

Nu het advies van de basisschool leidend wordt, en alle ogen daarop zijn gericht, is het nog belangrijker dan voorheen om dit advies stevig te onderbouwen. Met de NIO legt u een extra fundering onder uw schooladvies. Naast het advies van de leerkracht die de leerling acht jaar heeft gevolgd, de resultaten van het leerlingvolgsysteem en de persoonlijkheid van de leerling. Het totaalbeeld bepaalt het schoolsucces van degene om wie het gaat: de leerling. En dat totaalbeeld wordt mede compleet gemaakt door een NIO-uitslag.

Meer informatie over de NIO vind u hier

Oefenen met de NIO? Niet doen!

Junior Nederlandse Persoonlijkheidsvragenlijst Jeugd 2 (NPV-J-2)

De Junior Nederlandse Persoonlijkheidsvragenlijst-2 (NPV-J-2) is een zelfrapportage vragenlijst voor kinderen en jongeren tussen de 9 -16 jaar. Met deze zelfrapportage vragenlijst worden enkele hoofddimensies van de persoonlijkheid gemeten om op grond daarvan het gedrag van een leerling te voorspellen. De test is het hele jaar af te nemen, zowel klassikaal als individueel. Bovendien is de NPV-J-2 in te zetten voor leerlingbegeleiding en indicatiestelling. De vragenlijst telt 100 vragen (bijvoorbeeld: “Ik vind het vervelend als anderen me moeten helpen”). Bij elke vraag moet het kind steeds kiezen uit de mogelijkheden “ja”, “nee” en “weet ik niet”. De vragenlijst meet de volgende kenmerken van de persoonlijkheid:

  • Inadequatie (neuroticisme en emotionele stabiliteit): leerlingen die hierbij hoog scoren zien zichzelf als gespannen en angstig.
  • Volharding (prestatie-motivatie): leerlingen die hierbij hoog scoren zien zichzelf als rustig, consciëntieus en hebben een goede taakopvatting en doorzettingsvermogen.
  • Sociale inadequatie (sociale angst): leerlingen die hierbij hoog scoren houden zich afzijdig van andere kinderen en zijn minder in staat om sociale contacten te onderhouden. Kinderen die hierbij laag scoren willen graag contacten onderhouden met anderen en functioneren meestal goed in een groep.
  • Recalcitrantie: leerlingen die hoog scoren op dit onderdeel hebben een wantrouwende en negatieve instelling en zetten zich af tegen anderen.
  • Dominantie: leerlingen die hoog scoren op dit onderdeel kunnen “bazig” zijn.

Prestatie Motivatie Test Kinderen (PMT-K)

De PMT-K is een vragenlijst gericht op het vaststellen van prestatiemotivatie, positieve en negatieve faalangst en sociale wenselijkheid. Onder prestatiemotivatie wordt de intrinsieke motivatie van de persoon om te presteren verstaan. Met negatieve faalangst wordt een angst om te falen bedoeld die de persoon doet disfunctioneren, vooral in taaksituaties die relatief ongestructureerd en stresserend van aard zijn. De positieve faalangst is een vorm van angst die de persoon in een optimale spanningstoestand brengt en die hem in ongestructureerde en stresserende taaksituaties beter doet functioneren dan onder normale omstandigheden. De sociale wenselijkheid heeft betrekking op de neiging om zich naar de buitenwereld goed voor te willen doen.
De lijst kan afgenomen worden bij kinderen van 10 tot 16 jaar. De test is vooral bedoeld als hulpmiddel bij de begeleiding van kinderen en jeugdigen in zowel de onderwijs- als de gezinssituatie. De test kan zowel groepsgewijs als individueel afgenomen worden. Ook kinderen uit het speciaal basisonderwijs, praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs kunnen met het instrument getest worden.

Groninger Intelligentietest voor Voortgezet Onderwijs (GIVO)

De GIVO is een meer gedateerde test welke echter nog immer als goed wordt beoordeeld door de COTAN. De test wordt met name aangeboden voor leerlingen van wie wordt verwacht dat zij aan de bovenkant van het Intelligentiespectrum zullen scoren (verwacht IQ 120). Meer informatie vind u hier.

Schoolvragenlijst (SVL)


Met de Schoolvragenlijst verzamelt u gegevens over leerlingen en hoe zij de school ervaren. Hun gedrag en hun opvattingen over uiteenlopende aspecten van school worden daardoor zichtbaar. Daarnaast krijgt u ook een beeld van hoe de leerling zichzelf ziet. Dit kan gebruikt worden voor het geven van adequate adviezen aan individuele leerlingen en klassen.

De volgende thema’s worden onderzocht:

  • Werkhouding (via; motivatie ten opzichte van het schoolwerk, leertaakgerichtheid, concentratie in de klas en de huiswerkattitude).
  • Inzicht over het welbevinden of de sociaal-emotionele houding ten opzichte van het schoolleven (via; plezier op school, het sociaal aanvaard voelen van de leerling en de relatie met leerkrachten).
  • Het zelfvertrouwen van de leerling (via;  uitdrukkingsvaardigheid, zelfvertrouwen bij het maken van proefwerken/toetsen en sociale vaardigheid).

Aanvullend zijn er 3 controle-schalen om inzicht te geven in de wijze waarop de leerling op de stelling heeft gereageerd en welke gevolgen dit kan hebben voor de uitslagen en de interpretatie ervan. Hierbij wordt bekeken hoeveel vragen de leerling heeft overgeslagen, hoeveel vragen de leerling met ‘weet niet’ heeft beantwoord en in hoeverre de leerling de neiging heeft zichzelf in een (onrealistisch) gunstig daglicht te stellen (sociale wenselijkheid).

Alle genoemde testen zijn onderzocht en positief beoordeeld de Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN) van het Nederlands Instituut van Psychologe (NIP).
De COTAN beoordeelt psychodiagnostische instrumenten (tests, vragenlijsten, observatieschalen enz.) met de volgende criteria: 

  • Uitgangspunten van de testconstructie
  • Kwaliteit van het testmateriaal
  • Kwaliteit van de handleiding
  • Normen
  • Betrouwbaarheid
  • Begripsvaliditeit
  • Criteriumvaliditeit